Onderhoudsadvies na het aanleggen van graszoden
1. Direct na aanleg
- Zet meteen de sproeier aan, stel het water geven niet uit, ook niet tot de zon onder is.
- Het eerste water geven is cruciaal voor hechting en een gezonde uitstraling van de grasmat.
2. Water geven
- Eerste 2 weken: dagelijks water geven, ongeveer 1 uur per keer.
- Bij regen hoeft u niet extra te sproeien.
- Probeer het gazon aan het einde van de dag water te geven; dit voorkomt verdamping en verbranding door de zon.
3. Belasten van het gazon
- Loop de eerste 2 weken zo min mogelijk over het gras.
- Dit helpt de graszoden goed te hechten aan de ondergrond.
4. Maaien
- Eerste maaibeurt: na circa 3 weken, mits het gras ongeveer 15 cm hoog is.
- Stel de maaier op de hoogste stand bij de eerste maaibeurt.
- Daarna: wekelijks maaien en de maaier stap voor stap lager zetten.
- Niet te kort maaien, dit verzwakt de grasmat.
5. Bemesting
- Er is al een basisbemesting voorafgaand aan het leggen van de zoden gedaan.
- Extra bemesting 2 à 3 keer per jaar:
- Voorjaar: maart
- Zomer: juni
- Najaar: september
- Bemest gelijkmatig, bij voorkeur voor een regenbui of meteen daarna sproeien om de meststoffen goed in te laten trekken.
💡 Extra tip: Houd het weer in de gaten; bij droog, zonnig weer kan het nodig zijn om iets vaker te sproeien, bij regen minder.
